Vrijblijvend & Gratis
Bespaar tot 40%
Échte specialisten

Omvormer

Er zijn een hoop verschillende omvormers. Om u te helpen bij het kiezen van de juiste omvormer, hebben we de drie belangrijkste factoren op een rijtje gezet die van belang zijn bij het uitzoeken van een omvormer:

  1.  Het vermogen in Wattpiek (Wp) dat de zonnepanelen maximaal kunnen opleveren;
  2.  De fase van uw hoofdzekering;
  3.  De ligging van uw panelen.

Vermogen van de zonnepanelen

Niet alle omvormers kunnen evenveel Wattpiek omzetten in Volt. Leveren uw zonnepanelen bijvoorbeeld 2.500 Wp op en kan de omvormer maar 2.000 Wp verwerken, dan verliest u dus 500 kWh en dat is zonde.

Kijk bij het kiezen van een omvormer dus goed naar de hoeveelheid Wp dat de omvormer om kan zetten in stroom voor het huis. De hoeveelheid Wp die een omvormer kan verwerken is leidend voor het rendement en daarmee de belangrijkste graadmeter voor de kosten van een omvormer van een omvormer. Meer informatie vind u op de pagina over wat een omvormer is

Fase hoofdzekering

Daarnaast moet u de bekabeling voor de omvormer ook afstemmen met de fase van uw hoofdzekering. Woningen hebben een 1 fase of 3 fase aansluiting. Aan de hand van de fase en de zekeringen kunt u zien hoeveel vermogen de omvormer maximaal kan omzetten.

Om erachter te komen welke fase u heeft, moet u kijken in de energienota of op de kWh meter. Deze meter geeft of 220/230 Volt (1 fase) of 380/400 Volt (3 fasen) aan.

1 fase

Een 1 fase hoofdzekering houdt in dat de hoofdzekering 25 Ampère (A), 35 A of 40 A is. De hoogte van uw hoofdzekering deelt u door 1,6. Het is een regel dat de zekeringen in de groepenkast factor 1,6 lager moeten zijn dan de hoofdzekering. Dus om de Ampère van de zekeringen in de groepenkast te berekenen, deelt u de hoeveelheid Ampère van de hoofdzekering door 1,6.

Stel, uw hoofdzekering is 35 A. Dan is de zekering in de groepenkast 36 / 1,6 ≈ 21,9 A. Dit getal vermenigvuldigt u met 230 Volt; dit is de hoeveelheid Volt die uit het stopcontact komt en de hoeveelheid Volt die normale apparaten maximaal nodig hebben om te functioneren. De uitkomst van deze som – 21,9 * 230 ≈ 5030 Watt – is de hoeveelheid energie die een omvormer maximaal kan omvormen. Een omvormer met een vermogen van 6000 W zou dus niet geschikt zijn in dit geval.

Bij dit voorbeeld kan u dus maximaal 20 panelen gebruiken van 250 Wp bij een 1 fase aansluiting. U komt dan namelijk uit boven de 5000 Watt. Als u meer panelen wilt, moet u overstappen op een 3 fase aansluiting.

3 fase

Fase 3 gaat eigenlijk hetzelfde in zijn werk als fase 1, alleen hebben de zekeringen in de groepenkast een drie keer zo hoge waarde waardoor het vermogen een stuk hoger is.

Een voorbeeld voor de berekening van het vermogen van een fase 3 netaansluiting: de hoofdzekering is 3 keer 35 Ampère. Ook hier geldt dat de zekeringen in de groepenkast 1,6 factor lager moeten zijn. De zekeringen in de groepenkast zijn dus (35 / 1,6) * 3 = 65,6 A. Er wordt met 3 vermenigvuldigd, omdat de hoofdzekering 3 keer 35 A is. Om het totale vermogen te berekenen, vermenigvuldigt u 65,6 nog met 230. Het totale vermogen is dan dus 65,6 * 230 = 1500 W.

U kan bij de 3 fase aansluiting dus tot wel 60 panelen op uw dak hebben van 250 Wp, in tegenstelling tot de 20 panelen bij een 1 fase aansluiting.

 

 

Hoeveel Ampère moeten mijn zekeringen zijn?

Als u op zoek gaat naar een omvormer staat er bij de specificaties altijd bij hoeveel Watt de omvormer maximaal kan verdragen. U weet dan echter nog niet hoeveel Ampère uw zekeringen moeten zijn en of de omvormer daardoor past bij uw netaansluiting. U moet dit dus uitrekenen.

Hieronder volgt een rekenvoorbeeld dat uitlegt hoe u aan de hand van het vermogen van een omvormer kan uitrekenen hoeveel Ampère uw zekeringen moeten zijn. Na deze rekensom weet u dus of de omvormer geschikt is voor uw netaansluiting. In dit voorbeeld gaan we uit van een omvormer van 3000 W, wat het gemiddelde vermogen voor een omvormer is.

1 fase

  1. Deel 3000 door 230: 3000 / 230 = 13 A. De zekeringen in de groepenkast moeten dus minimaal 13 A zijn.
  2. 13 vermenigvuldig u vervolgens met 1,6: 13 * 1,6 = 21 A. De hoofdzekering moet dus minimaal 21 A zijn.

3 fase

  1. Deel 3000 door 3: 3000 / 3 = 1000 Watt. Iedere fase heeft een vermogen nodig van minimaal 1000 W.
  2. Deel 1000 door 230: 1000 / 230 = 4,3 A. De zekeringen in de groepenkast moeten dus minimaal 4,3 A zijn.
  3. Vermenigvuldig 4,3 met 1,6: 4,3 * 1,6 = 7 A. De hoofdzekering moet dus minimaal 3 x 7 A zijn.

De ligging van uw panelen

Als laatste speelt de ligging van uw panelen nog een rol bij het kiezen van de juiste soort omvormer. Over het algemeen zijn 2 of meer zonnepanelen aan elkaar geschakeld aan de hand van een ‘string’. De panelen hebben allemaal de zelfde ligging en leveren allemaal hetzelfde op. In dit geval kiest u voor een string-omvormer. Hebben uw panelen allemaal een andere ligging? Liggen sommige zonnepanelen bijvoorbeeld deels in de schaduw of op de andere zijde van het dak? De panelen hebben dan ieder een andere opbrengst, waardoor ze niet aan elkaar geschakeld zijn. Als dit het geval is, dan kan u het beste kiezen voor micro-omvormers.

Zonnepanelen_offerte_vergelijken

Vragen of hulp nodig?

Lisa Verhoeven
Zonnepanelen Expert
info@zonnepanelengids.com
Omvormer
Beoordeling door bezoekers 4.6 van 8 aantal stemmen

In uw regio tot 6 offertes vergelijken

Binnen 2 minuten vergelijken